Audiciens kunnen direct doorverwijzen naar de KNO-arts

 

Bij gehoorproblemen niet meer via de huisarts naar de kno-arts

Bij gehoorproblemen gaan patiënten meestal eerst naar een audicien of audioloog voor een gehoortest. Als de audicien of audioloog het nodig vindt dat de patiënt door een kno-arts wordt gezien, komt het voor dat de patiënt dan eerst (weer) naar de huisarts gaat om een verwijzing voor de kno-arts te vragen.

De tussenkomt van de huisarts is in deze situatie onnodig. Per januari 2023 accepteren alle verzekeraars de directe verwijzing van een audicien naar een kno-arts. Audiciens kunnen zelf inschatten welke patiënten een verwijzing naar de kno-arts nodig hebben.

De directe verwijzing van een audicien naar de kno-arts zorgt voor minder onnodige verwijzingen met minder regeldruk voor huisartsen als gevolg.

Huisartsen kunnen (in 2023) melding maken als een audicien nog de vraag komt om een verwijzing naar een kno-arts via: aanpakregeldruk@minvws.nl.

Het programma [Ont]regel de Zorg zet zich vanuit het ministerie van VWS in om de administratieve lasten voor zorgverleners te verminderen. Huisartsen hebben aangegeven dat zij veel administratieve lasten ervaren doordat hen vaak wordt gevraagd om een verwijzing naar een kno-arts te maken, als een audicien of audioloog heeft geconstateerd dat dat nodig is voor de patiënt. In overleg met zorgverzekeraars is vastgesteld dat de tussenkomst van de huisarts in deze situatie niet noodzakelijk is.

Reactie AudiNed: Is de grens bereikt!

Zie ook: de brandbrief van Wim Soede, ondertekend door vele toonaangevende audiologen in Nederland.
Zie ook: het artikel van Rudi Struijk en Silvia Boender.

Vakvereniging AudiNed werd opgericht omdat destijds van buitenaf opgelegde regels het vak dreigden uit te hollen. Nu, 10 jaar later lijkt hoorzorg te verdwijnen en verwordt de audicien tot hoortoestelverkoper. Dat is niet ons vak!
In het kader van 10 jaar AudiNed schreef mede-oprichter Rudi Struijk met Silvia Boender een opiniestuk: Is de grens bereikt?
Dit artikel heeft veel losgemaakt en het is goed én belangrijk om te zien dat dit beeld ook elders in de branche is doorgedrongen.

De brief Hoorzorg(en) van Wim Soede is ondertekend door vele toonaangevende audiologen. Allen spreken hiermee hun (hoor)zorgen uit over de huidige ontwikkeling van hoortoestelverstrekking waarin goede begeleiding en de juiste zorg door speciaal daarvoor opgeleide hoorzorgprofessionals (audiciens) sterk in het gedrang is gekomen.
AudiNed heeft zich vanaf het begin verzet tegen deze gang van zaken. De vakvereniging voert al jaren strijd zodat de audicien zijn werk naar behoren en met plezier kan uitvoeren. In de huidige praktijk ligt momenteel noodgedwongen de focus op veel administratie en zo min mogelijk klantcontact om rendabel te kunnen werken.

Net als Wim Soede c.s. ziet ook AudiNed goede audiciens uit het vak vertrekken omdat ze, gedwongen door het huidige beleid, hun vak niet kunnen uitoefenen op de manier die bij hen en bij de verwachting van de klanten past. Bij een beroepsgroep die al jaren kampt met een tekort aan collega’s is dit een extra zorgelijke ontwikkeling.

AudiNed spreekt de hoop uit dat deze brandbrief de discussie faciliteert waarin de verschillende stakeholders op gelijkwaardige basis met elkaar bespreken hoe we mét elkaar de hoorzorg in Nederland op juiste, efficiënte en betaalbare wijze kunnen uitvoeren. Dat er veel verschillende belangen zijn, dat weten we. Daarom moeten we ook niet schromen om buiten de kaders te kijken naar oplossingen waar in het verleden misschien niet aan gedacht is of die op dat moment niet wenselijk waren.

Feit is dat we naast een tekort aan gediplomeerde audiciens rekening moeten houden met een vergrijzing van de bevolking waardoor het aantal slechthorenden sterk toeneemt. Ook het aantal jongeren met gehoorschade neemt toe. Voor alle partijen moet ook in de toekomst betaalbare professionele hoorzorg haalbaar en bereikbaar zijn.

 

De voorzitter van AudiNed,

Olaf Schuurmans

Het Euro-Trak onderzoek: daar kunnen we wat mee!

Iedere 3 jaar geven beroepsorganisaties, audiciens en hoortoestelfabrikanten opdracht voor een EuroTrak-onderzoek naar de prevalentie van gehoorverlies, het gebruik van hoortoestellen en de ervaringen van mensen met gehoorverlies met hun hoortoestellen. Dit keer werden 8 vragen toegevoegd met grote relevantie voor de Nederlandse markt. Opvallend is dat juist ook deze vragen in de eindconclusie prominent naar voren komen.

  • Geconcludeerd wordt dat aandacht en nazorg belangrijke en bepalende factoren zijn m.b.t. klanttevredenheid, therapietrouw en dus een hoger aantal draaguren.
  • Een tweede verrassende uitkomst is een verband tussen categorietoestellen, de luxe mogelijkheden van de vrije markt en de mate van tevredenheid en draagtijd. ‘Meebetalen’ of bijbetalen aan het hoortoestel vertaalt zich aantoonbaar in een positieve beleving van de hooroplossing; dus meer tevredenheid en langere draagtijd per dag.
  • Een derde belangrijke conclusie is dat een hoortoestelaanpassing een investering is die verder gaat dan alleen revalidatie van het gehoor. Respondenten melden een betere nachtrust, verhoogde werkprestaties en betere sociale contacten.
  • Het onderzoek laat ook zien dat mensen vaak laat acteren op gehoorverlies. De redenen zijn bekend: schaamte, niet oud willen zijn… maar toch geeft achteraf een grote meerderheid aan dat ze er eerder aan hadden moeten beginnen. En ze voelden zich pas écht oud door de omgeving die grappen maakte over het niet- of verkeerd verstaan met daaropvolgend een totaal misplaatste reactie!

Meer lezen over het Euro Trak-onderzoek? In De Audiciens van augustus staat een uitgebreid gesprek met Arthur Schuurmans, vanuit CVZA een van de initiatiefnemers voor dit onderzoek.

Hoge Koninklijke onderscheiding voor Wouter Dreschler, klinisch fysicus audioloog

Hoogleraar Klinische & Experimentele Audiologie bij de universiteit van Amsterdam prof. dr. ir. Wouter Dreschler is maandag benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Hij ontving de onderscheiding van burgemeester Bijl in zijn woonplaats Purmerend.

Na zijn promotieonderzoek in de Experimentele Audiologie (1977 – 1980) onder leiding van prof. dr. ir. Reinier Plomp, heeft hij veertig jaar gewerkt als klinisch-fysicus audioloog, eerst in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam en later in het AMC, tegenwoordig het Amsterdam UMC, locatie AMC genoemd. De laatste 25 jaar in de functie van hoogleraar Klinische & Experimentele Audiologie.

Wouter Dreschler heeft veel betekend voor zijn vakgebied op nationaal en internationaal niveau. Hierbij stond de slechthorende altijd centraal. Gedurende zijn loopbaan hechtte hij waarde aan eigen spreekuren zodat hij ook de individuele slechthorende kon helpen en feedback van hen kreeg.

Verder heeft hij 30 klinisch fysicus-audiologen opgeleid. Hij is nauw betrokken geweest bij de oprichting van het Nationaal Overleg Audiologische Hulpmiddelen (NOAH) en de Stichting Audiciensregister (StAr). Hij is mede oprichter van de Stichting OBLX en later Stichting PACT, een platform voor wetenschappelijk onderzoek. Hij heeft een centrale rol gespeeld bij de NOAH Veldnorm en hij heeft veel werk verzet in het kader van het Hoorprotocol. Ook heeft hij verschillende internationale

projecten geleid waar de focus lag op een goede onderbouwing voor innovatie en ontwikkeling ten behoeve van de slechthorende.

Dat hij daarnaast nog tijd vond voor bestuurswerk (kerk, school en recreatiepark) en onbezoldigd advieswerk vanuit zijn deskundigheid dwingt respect af. Het is ook tekenend voor zijn betrokkenheid dat hij bereid was om tijdelijk de afdeling kno van het AMC te leiden toen die in moeilijk vaarwater terecht was gekomen. Dat hij daardoor minder tijd aan zijn geliefde Klinische Audiologie kon besteden viel hem zwaar maar hij vond het zijn plicht om te helpen.

Wouter Dreschler heeft zich vooral bezig gehouden met preventie van gehoorschade, met complexe signaalbewerkingen in, en aanpassing van hoortoestellen, en met arbo- audiologie. Het is niet toevallig dat deze vier onderwerpen samenvallen met de thema’s die worden besproken door vier buitenlandse toponderzoekers op een Farewell symposium, voorafgaand aan zijn afscheidscollege in de Aula van de Universiteit van Amsterdam.

Door de Covid-pandemie zijn symposium en afscheidscollege al driemaal verzet, maar collega’s, vrienden en familie hopen dat er op 27 oktober 2021 alsnog een mooi afscheid kan plaatsvinden.